Home Dojo's Info

BERLARE

BRUGGE

ERPE-MERE

DE DOJO

DE DOJO

De betekenis van een Dojo is tevens die van tempel waar in de sfeer van het Zenboeddhisme het Budo (de weg van de krijgskunst) wordt beoefend.

Het Japanse woord Dojo kunnen we als volgt ontleden:


Do

Do staat voor de weg, het middel, de straat. Dit kan letterlijk zijn, maar ook symbolisch of filosofisch zoals in de weg van de mensheid, de weg van de samoerai, de weg van de kunstenaar, enz.

 


Jo

Jo is ‘plaats' of ‘site'.

 



Dojo

Letterlijk, “plaats van de weg”, is de Dojo oorspronkelijk de plaats waar de weg van Boeddha of het Boeddhisme beoefend werd. Later werd deze naam gebruikt om de oefenzaal aan te duiden waar de samoerai zich oefenden, maar het is meer dan enkel een trainingszaal. Het is tegelijkertijd een heilige ruimte en een oefenzaal.

Het oorspronkelijke religieuze karakter van de Dojo wordt vandaag nog steeds gesymboliseerd door de aanwezigheid van een kamiza of shinzen. Het is een altaar dat opgedragen is aan de goden of de overleden voorgangers. Bij Aikido plaatsen we de foto van O-sensei met een gevoel van respect voor wat hij ons nagelaten heeft (Tokonoma).

Het spirituele aspect van de Dojo ligt hierin dat we naar de Dojo komen om budo te beoefenen.

Dit wil zeggen dat we een lichamelijke en geestelijke zuivering zoeken om onze persoonlijkheid te ontwikkelen, onze kennis te vergroten, onze grenzen te verleggen en capaciteiten te vergroten, onze geest te zuiveren en onze geestkracht hierdoor te vergroten.

Weinig beoefenaars weten hoe een traditionele Dojo functioneert. Dit komt vooral omdat de oosterse kennis sterk verschillend is van de modellen en schema's waaraan we gewoon zijn in de westerse wereld. Zegt men nochtans niet dat de Dojo het slagveld symboliseert? De meester moet een absoluut vertrouwen hebben in zijn leerlingen: ieder , ieder persoon, moet op de juiste plaats zijn.

Een Dojo is gestructureerd zoals een artisanale onderneming, zoals het atelier van een kunstenaar: de leerling kiest zijn meester net zoals de leerjongen of de leerling-kunstenaar.

De Sensei (lesgever) nodigt de leerling uit om les te volgen of de leerling vraagt aan de Sensei of hij les mag volgen. De Sensei aanvaard of weigert een leerling. De Sensei evalueert de vorderingen en neemt ook de beslissingen vanuit zijn visie en ervaring. Opmerkingen zoals: “Ik betaal al vijf jaar lidgeld en ik vind dat ik nu een Hakema mag dragen”, horen eerder thuis in een sportclub maar nooit in een Dojo. De studie van Aikido is veel interessanter op zich, dan de aspecten van uiterlijk vertoon. In de traditie is het nog gebeurd dat een leerling een bepaalde graad niet kreeg van zijn Sensei, terwijl een andere leerling die minder langer les volgde die graad wel kreeg. De Sensei beschikt vaak over veel middelen om een leerling te begeleiden en de Sensei kan altijd oordelen dat een leerling met een groter potentieel een ander traject kan volgen. Indien op een gewone school de beste leerling van de klas steeds de eerste klaar is met zijn oefeningen, daardoor extra oefeningen krijgt en altijd op deze manier behandeld wordt, is het niet ondenkbaar dat al die extra taken als straf worden aangevoeld. Betekent dit dan dat de beste van de klas zijn straf verdient? Aan elke Aikidoka een eigen traject opleggen waarbij de Sensei de leerlingen persoonlijk opvolgt, zorgt voor een veel ruimere basis in de traditionele Dojo. De Sensei houdt meestal rekening met heel veel factoren.

De Dojo is de plaats waar men zich wijdt aan de studie van Aikido onder de supervisie van een meester. Maar de Dojo is niet alleen een plaatsbepaling, het omvat het kader en de geest waarin gewerkt wordt.

 

 

Ai – Teken van de harmonie. Dak, één en de mond zijn de drie delen van het Japanse teken. Dit impliceert dat alles op zijn exacte plaats is; onder het dak is het de meester die praat.

 



De beschikbaarheid van de leerkracht en de leerlingen op de tatami (mat) is een permanente herinnering. De gedragsregels gaan in deze richting; tijdens een demonstratie of een proef zal degene met minder anciënniteit nooit geworpen worden door een minder ervaren aikidoka. Zo nodigt iemand met een hogere graad steeds iemand uit met een lagere graad. De hiërarchie wordt gerespecteerd en met een lagere anciënniteit wacht men tot men wordt uitgenodigd. Bij de inschrijving van een nieuwe leerling is het de leerkracht die de toelating geeft. Twee ervaren Aikidoka's moeten de nieuweling begeleiden (=peterschap) en de rol van sempai op zich nemen. Het betreden en verlaten van de tatami gebeurt mits toestemming van de leerkracht, de ervaren aikidoka's waken hierover Zelfs na jarenlange training kan een meester plots beslissen om iemand niet meer toe te laten in de Dojo zonder dat hij hier verder uitleg over hoeft te geven. Een goed omringde leerkracht hoeft niet tussenbeide te komen, de gevorderden tonen hun vooruitgang door een aantal taken over te nemen.

Volgende Vorige