Home Dojo's Info

BERLARE

BRUGGE

ERPE-MERE

AIKIDO

DE LESGEVER EN ZIJN LEERLING

Wanneer je een tijdje met Aikido bezig bent dan leer je steeds meer Japanse begrippen kennen. Vaak ken je de begrippen eerder dan hun betekenis. Soms is een betekenis gebaseerd op overlevering, en weet niemand precies hoe het in elkaar zit. Sempai-kohai is een begrip waarvan iedereen een ander beeld heeft. De vormen waarin Aikido beoefend wordt stammen uit de Japanse cultuur en zijn voor westerlingen niet altijd vanzelfsprekend. De gedragsregels op de mat en de wijze waarop Aikidoka's onder elkaar en de lesgever met leerlingen omgaan, bieden soms de nodige stof voor conflicten.

 Door een aantal leraren wordt van leerlingen een bepaalde vorm van respect en zelfs gehoorzaamheid verlangd die wordt gelegitimeerd met een verwijzing naar deze sempai-kohai verhouding. Een verhouding die van speciale betekenis zou zijn binnen het beoefenen van Aikido. Vanuit onze eigen cultuur geredeneerd zouden we kunnen denken dat een leerling een bepaalde levering van diensten verwacht van zijn leraar. De leerling betaalt ervoor en gaat op die grond een zakelijke verhouding aan. De leraar leert hem of haar in ruil daarvoor bepaalde vaardigheden. Dit is het soort verhouding die een leerling kan hebben ten aanzien van een gevolgde cursus, maar niet ten opzichte van Aikido. Deze beschrijving is dus slechts gedeeltelijk van toepassing op de verhouding tussen leraar en leerling binnen het Aikido. Maar hoe die verhouding er idealiter wel zou moeten uitzien is nergens vastgelegd. In de praktijk blijken leraar en leerling, door vallen en opstaan, een manier van omgang met elkaar te moeten ontwikkelen. Daarvoor moeten soms een aantal vroegere aannames aan de kant gezet worden.

 Is er in de Japanse cultuur inderdaad sprake is van de geschetste verticale verhouding en hoe werkt dat dan precies? Is er inderdaad geen kritiek van een jongere op een oudere mogelijk, omdat er een verticale verhouding is?

 De vraag werd gesteld aan een Japanner en hij gaf volgend antwoord:

 ”Sempai-Kohai betekent niet meer dan senior en junior. Wie eerder aan Aikido begonnen is dan een ander, is in die zin senior. In de Japanse samenleving wordt de relatie tussen Sempai en Kohai echter vooral gebruikt om een diepe relatie aan te duiden: de relatie van mensen die samen lang en intensief getraind hebben, waardoor er een bijzondere band is ontstaan. Traditioneel is er in de Japanse samenleving een sterke band tussen leerlingen van dezelfde universiteit. Die band is tussen Aikidoka van dezelfde universiteit soms nog sterker. Het is echter geen aanduiding van de kwaliteit van de relatie. Het is zoals de relaties in een familie, zeg maar zoals tussen twee schoonbroers. Ze zijn niet door bloed met elkaar verbonden, er kan een vriendschappelijke relatie ontstaan maar dat hoeft niet. Het is geen relatie die je kunt kiezen: als je familie bent, is dat een verhouding, of je daarvoor kiest of niet. Je houdt nooit op ouder of kind te zijn. Je kunt echter je leraar nooit als senior aanduiden. Je leraar verdient veel meer respect dan de titel Sempai. Je kunt dan ook alleen een Sempai-Kohai relatie aangaan, wanneer de junior niet teveel respect aan de senior is verschuldigd.”

 Samengevat betekent dit dat iedereen die eerder begonnen is senior is. We spreken dan slechts van een relatie als die verhouding een goede band tussen beide partijen weerspiegelt. Wanneer er een breuk komt in bijvoorbeeld een vriendschapsrelatie, blijf je van de verhouding spreken – “hij is de senior van de ander” - ook al spreken ze elkaar nooit meer. Eigenlijk lijkt daar weinig mis mee, maar er zijn mensen die behoefte hebben aan duidelijke formuleringen. Het gebruik van de termen sempai en kohai is een poging tot een meer duidelijke formulering. Deze termen gaan overigens niet alleen over de verhouding leraar-leerling, maar ook over de hiërarchische verhoudingen tussen de leerlingen onderling. De sempai is de senior, de kohai de junior. Leraren die de term gebruiken lijken van de volgende filosofie uit te gaan: Aikido is geen manier om bepaalde vaardigheden aan te leren, maar is een zoektocht, tegelijkertijd een manier van leven en een weg die naar een bepaald doel voert. De sempai heeft de weg eerder betreden dan de kohai, helpt de kohai zijn stappen te zetten, maar verlangt in ruil daarvoor de erkenning van zijn positie als senior.

 Een eenvoudige filosofie, maar in de praktijk blijkt de zaak wat moeilijker te liggen.

 Aangezien dit echter een klassiek soort verhouding was, zijn er niet veel situaties waarin deze verhouding nog bestaat. Het kan het beste waargenomen worden in de Dojo's van de Japanse universiteiten. Hier heerst een strikte vorm van beoefening van de martiale kunsten. De nieuwe studenten zijn de junioren van de tweede jaarsstudenten, die op hun beurt de junioren zijn van de derde jaarsstudenten, enzovoort. Aangezien de training in de universiteitsdojo's zeer strikt is en de omgeving van de universiteiten zelf een goede plek vormt voor het ontstaan van relaties doen studenten gemakkelijk een relatie op die een leven lang kan duren. De sempai-kohai verhouding gaat in deze omstandigheden vaak gepaard met een vriendschapsband, waardoor deze verhouding eerder een relatie is dan een positie van de ene t.o.v. de andere.

 De betekenis van de sempai-kohai verhouding is binnen het moderne Aikido moeilijk te begrijpen. Zij bestaat zelfs niet binnen vele Japanse Dojo's, dus er is weinig reden deze soort van verhouding over te planten naar het westen. Als ze gevestigd zou worden gaat het om een natuurlijke verhouding binnen een Dojo, waar studenten die samen oefenen een verhouding vestigen gebaseerd op vriendschap, respect en zorg. De sempai kan zorg dragen voor zijn junior, hem gidsend met zijn ervaring, hem helpend in zijn vooruitgang. Buiten de Dojo kan deze verhouding eveneens bestaan, vooral vanwege de vriendschap die ontstaat tijdens het trainen. Op de lange duur zal de sempai proberen zorg te dragen voor de kohai, maar tezelfdertijd zal de kohai deze zorg teruggeven waar hij kan, uit dankbaarheid en vriendschap.

 Er zijn vele goede voorbeelden van sempai-kohai verhoudingen, maar er is een even groot aantal slechte voorbeelden. Het is een vergissing te denken dat de sempai meer rechten heeft, meer respect verdient of de leiding heeft. Hoewel dit het geval kan zijn tijdens de jaren in de universiteitsdojo, kan dit niet veralgemeend worden. Hoewel het aanvaarden van senioriteit kan leiden tot het opdoen van meer kennis en respect uit deze kennis kan voortvloeien, is er geen regel dat anciënniteit tot respect leidt. Als een sempai grote eisen stelt, meer vragend dan hij geeft, dan probeert hij voordeel te halen uit de verhouding. Een andere vergissing is te denken dat een sempai-kohai verhouding automatisch ontstaat. Alleen wanneer beide studenten voelen dat de verhouding bestaat, spreekt men van sempai en kohai. Een derde vergissing is de sempai-kohai verhouding te zien als een verticaal systeem, waarin iedereen met de ander verbonden is. Natuurlijk is men junior in de ene verhouding en senior in de andere. Maar dit stelt de andere twee betrokken mensen onderling niet in de verhouding van sempai en kohai. Er is hierbij niet zoiets als een systeem. Uiteindelijk betreft het hier een beschrijving van een soort verhouding, niet de verhouding zelf. Men kan bijvoorbeeld een oudere broer hebben, waar men geen relationele band mee heeft, toch blijft de familiale verhouding. Hetzelfde geldt voor de verhouding tussen sempai en kohai. Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen de verhouding tussen sempai en kohai en die tussen een lesgever en een student. De sempai-kohai verhouding kan bestaan als beide betrokkenen leerlingen zijn. De verhouding tussen een leraar en zijn studenten is alleen bij uitzondering er één van sempai en kohai. Dit kan alleen bestaan als de verhouding er al was voordat een van beiden instructeur werd.

 In Budo (dus ook in Aikido) wordt veel belang gehecht aan een harmonieuze leraar - leerling relatie. Meestal wordt dit in verband gebracht met het begrijpen van de 'diepere' zin, de weg van het Aikido.

 Wat is een leraar eigenlijk? Strikt genomen is een leraar iemand die over ervaring en vaardigheid beschikt, die hij /zij wil overdragen naar zijn/haar leerlingen. Omgekeerd is een leerling iemand die komt om te leren van de leraar.

 In aanvang draagt de leraar de verantwoordelijkheid voor het opbouwen van een goede relatie met de leerling. In ieder geval is hiervoor nodig dat de leraar daadwerkelijk iets wil overdragen, de leerling echt iets wil leren en dat beiden elkaar respecteren. Verder is het de taak van de leraar ieder zijn positie in de hiërarchie te geven en deze steeds te bevestigen, om mogelijke concurrentie en conflicten tussen leerlingen controleerbaar te houden. Als een leraar - leerling relatie op deze basis tot stand komt, en langere tijd duurt, is het mogelijk dat de leerling via de leraar naast techniek ook inzicht krijgt in de geestelijke en menselijke aspecten van Aikido.

 Uitspraken als "ik vind mijn leraar technisch goed, maar verder niet inspirerend" bevatten volgens een valkuil. Zij geven aan dat de leerling alleen nog de technische vaardigheid van de leraar waardeert, maar de persoon daarachter niet meer accepteert en respecteert. Dit heeft tot gevolg dat zich tussen leraar en leerling een (onbewuste) weerstand opbouwt die verder van elkaar leren in de weg kan staan. Dit is een proces wat in iedere vereniging of organisatie wel voorkomt, waarbij niemand de schuldige partij is. Het echte probleem is wat te doen in een dergelijke situatie. Men kan er voor kiezen uit loyaliteit of plichtsbesef bij zijn/haar leraar te blijven. Dit is niet de enige mogelijkheid. Volgens de Japanse traditie is het niet zo dat je eerste leraar ook “de leraar voor het leven is”. Je mag een leraar zoeken die bij je past. Wel is het zo dat, als je dan gekozen hebt, je het bij die ene leraar moet laten zolang het voor beiden een interessant gegeven is. Les volgen bij verschillende lesgevers tegelijk is niet volgens het traditioneel model.

 Het zoeken van een andere leraar heeft niets te maken met de kwaliteit van de vorige leraar als wel dat het een graadmeter is van de (veranderde) behoeftes van de leerling. Het is uiteindelijk de leerling zelf die moet kiezen tussen loyaliteit of het actief nastreven van de eigen behoeften. Op deze manier is het begrijpelijk dat het voor iemand zijn ontwikkeling belangrijk kan zijn bewust een andere leraar te kiezen. Uit de praktijk blijkt dat zowel het 'goede' leraar als 'goede' leerling zijn een moeizaam proces is waarbij over en weer fouten gemaakt worden.

Volgende Vorige